Flex BV niet in alle opzichten een paradijs
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) is in Nederland al jaren de populairste rechtsvorm. De voornaamste reden waarom veel ondernemers ‘in de BV’ willen, is dat aandeelhouders en bestuurders in beginsel niet aansprakelijk zijn voor de schulden van de BV. Maar de wet, waarin de spelregels omtrent de BV zijn geregeld, wordt gewijzigd.
Veel van mijn cliënten zien het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer heeft aangenomen als een belangrijke stap voorwaarts. En een verlichting in de administratieve rompslomp rond de oprichting van een BV. Op veel punten is dat inderdaad zo, de nieuwe ‘flex BV’ geeft veel meer flexibiliteit. Toch is het niet in alle opzichten een nieuw paradijs…
De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel over de flexibilisering van het BV-recht aangenomen op 15 december 2009. Wanneer deze wet wordt ingevoerd is nog niet duidelijk. Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Eén van de belangrijke wijzigingen in het nieuwe voorstel is het afschaffen van het minimum kapitaal van €18.000,-. Ook de hiermee in verband vereiste bankverklaring is dan niet meer nodig.
Kapitaalbescherming
Het startkapitaal van €18.000,- is vooral bedoeld ter bescherming van diegenen die handelen met de BV (de schuldeisers). Nu dit startkapitaal komt te vervallen, zal elders meer bescherming moeten komen voor deze schuldeisers. In de nieuwe regeling is het systeem van kapitaalbescherming geheel gewijzigd. De rol en de verantwoordelijkheid van het bestuur zijn op dit gebied aanzienlijk vergoot. Met name bij het uitkeren van winst en reserve is sprake van een grote verandering.
De aandeelhouders besluiten over uitkering van winst en reserve. In het wetsvoorstel is opgenomen dat bij dividenduitkering aan aandeelhouders, een beoordeling (de uitkeringstoets) dient plaats te vinden. Deze toets gebeurt door de algemene vergadering van aandeelhouders, die beoordeelt of de uitkering volgens de statuten en de wet is toegestaan. Het besluit tot uitkering heeft echter geen gevolgen zolang het bestuur geen goedkeuring heeft verleend. Het bestuur kan slechts goedkeuring weigeren als zij weet of behoort te voorzien dat na de uitkering de vennootschap weinig kans maakt op een gezond voortbestaan.
Verstrekkende gevolgen
En daar wordt de keerzijde duidelijk. Als achteraf blijkt dat een bestuurder beter had moeten weten, en dus zijn goedkeuring had moeten weigeren, zijn er verstrekkende gevolgen. De bestuurder(s) zijn dan namelijk hoofdelijk verbonden voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan! Bovendien is over de betreffende uitkering wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat deze is gedaan. Dezelfde regels gelden voor diegenen die een uitkering hebben ontvangen (de aandeelhouders), maar dan slechts voor het bedrag van de door hem ontvangen uitkering.
Voor de bestuurder (die niets van een dergelijke dividenduitkering op zijn bankrekening ziet!) is deze wijziging verstrekkend. De flex BV: meer flexibiliteit, maar er missen nog wel wat aspecten om deze tot een paradijs te dopen!






