Schommelende groei
Voor bedrijven die in de nabije toekomst grote schommelingen in de cashflow verwachten, is de discounted cashflowmethode (dcf) een goede methode. Experts vinden de dcf-methode superieur aan andere waarderingsmethoden, omdat de cashflow het belangrijkst in een bedrijf is.
De dcf zet de verwachte cashflows op een rij en maakt deze contant naar het heden. Het voorspellen moet dus altijd in overleg met de verkoper. Die heeft namelijk het beste zicht op zijn bedrijf en markt.
Twee perioden
U splitst de toekomst van het bedrijf in twee perioden. De eerste periode is de calculatieperiode, meestal de eerste vijf jaar. In het cashflowoverzicht is nauwgezet berekend wat de uitgaven en inkomsten in die jaren zijn. Inclusief investering, maar exclusief aflossingen en de rente over leningen. In de tweede periode berekent u hoe het na die vijf jaar zal verlopen. De zogenoemde ‘handhaafbare cashflow’.
Sleutelrol rente
U kunt de cashflows ook contant maken. En wéér speelt de rente hierbij een sleutelrol. Bij de dcf is de berekening van de rentevoet echter net anders geregeld. Eerst worden de rendementseisen bepaald van het eigen- en het vreemd vermogen. De eis voor eigen vermogen hangt af van het soort bedrijf. Hoe hoger het risico, hoe hoger het vereiste rendement. Met de build-upmethode wordt een rendementseis berekend.
In de formule wordt uitgegaan van een basisrendement met daarbovenop een marktpremie en een risicopremie. Een marktpremie is een vergoeding (rendement) die beleggers maken die in soortgelijke bedrijven op de beurs beleggen. De risicopremie staat voor het specifieke ondernemingsrisico. Vreemd vermogen kunt u voor ongeveer 6,5 procent lenen bij een bank. Omdat de rente aftrekbaar is, blijft er vier procent over. Aan de hand van de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen wordt de gewogen gemiddelde rentabiliteitseis bepaald.
Gevolgen
Aangezien eigen vermogen meer moet opleveren dan vreemd vermogen, zal de disconteringsvoet stijgen naarmate het benodigde vermogen voor de overname groter is. De contante waarde van de cashflow is lager en de waarde van het bedrijf daalt dus. Zijn de cashflows contant gemaakt, dan gaan de rentedragende schulden daar nog vanaf. Uit de cashflow worden namelijk de rente en aflossingen betaald. De overtollige liquide middelen worden erbij opgeteld.
Een uitbreiding op de dcf is de adjusted present value. Het enige verschil met de dcf is dat hier gerekend wordt met wisselende verhoudingen tussen vreemd en eigen vermogen.
Bron: www.zibb.nl






